terug naar de website

Interview in Schrot und Korn door Gabriele Augenstein met  Amina Ait El Moudden (foto), directeur van UCFA (overkoepelend orgaan van vrouwencooperaties) en Rudolf Bresink, directeur Argand'Or.
   "inkomen geeft ons autonomie"
1000 Berbervrouwen persen met de hand Arganolie en brengen het gezamenlijk op de markt. Daarmee roepen ze een halt toe aan
de ontvolking van het Marokkaanse platteland
en de teloorgang
van de laatste Arganbossen.


De kloof tussen een traditioneel Berberdorp en de internationale markt kan nauwelijks groter zijn. Hoe heeft u die kloof kunnen dichten?

We moesten in logistiek en cultureel opzicht wel enige bruggen bouwen. De meeste vrouwen leven in afgelegen dorpen in het Atlasgebergte, die niet op het openbare wegennet zijn aangesloten. Ze brengen de Arganolie dus te voet naar een verzamelpunt in een wat grotere, nabijgelegen plaats waar het met een vrachtwagen wordt opgehaald. Veel van deze vrouwen kwamen voorheen nauwelijks buiten de grenzen van hun dorp. Die vrijheid hebben ze wel eerst voor zichzelf moeten bevechten!

De Berbervrouwen hebben weliswaar meer rechten dan hun Arabische buurvrouwen, hun klassieke rol speelt zich toch grotendeels af binnen de muren van hun eigen huis. Hoe konden dan, onder deze omstandigheden toch vrouwencooperaties ontstaan?

Zonder het Duitse Gezelschap voor Technische Samenwerking (GTZ) en Oxfam waren deze cooperaties er niet gekomen. Door hen onstond de organisatiestructuur. De vrouwen in de dorpen brachten hun in generaties overgedragen kennis en kundigheid mee omtrent de handmatige vervaardiging van Arganolie. Ook waren zij bereid scholing te volgen waarin zij de hygienische standaarden leren maar ook leren lezen en schrijven.

Hoe vinden de mannen dat?

In het begin stonden zij er behoorlijk sceptisch tegenover, maar gaandeweg begrepen zij dat de vrouwen niet alles uitgaven aan mooie kleding voor henzelf, maar dat het leven in het dorp er voor iedereen beter op werd. De kinderen kunnen naar school en er worden waterbronnen en straten aangelegd.

Is de aanleg van wegen juist niet een gevaar voor het bestand aan Arganbomen?

Kleine weggetjes zijn geen punt. De bomen staan op een afstand van vijf tot acht meter van de weg en daartussen is een strook weidegrond voor de geiten en de kamelen. Wat wel een probleem vormt zijn de industriele landbouwbedrijven met hun reusachtige sinaasappelplantage's en de grootse bouwplannen van de staat, zoals een luchthaven, een snelweg en een spoorbaan. Deze zijn een serieuze bedreiging voor het bestand van de nu nog maar twintig miljoen bomen. De Marokkaanse regering heeft aangeboden om tegenover dit massaal rooien van bomen twintigduizend hectare nieuw Arganwoud aan te leggen. Of Unesco daarmee instemt is nog niet bekend.

Unesco heeft in 1998 de Arganbossen in het zuidwesten van Marokko als werelderfgoed en biosfeer-reservaat erkend. Wat is er zo bijzonder aan het landschap en de bomen?

De Arganboom of Argania Spinosa is een woestijnspecialist. Toch wordt hij met uitsterven bedreigd. Met zijn wortels neemt hij water op van dertig tot veertig meter diepte. Ook kan hij groei en bloei voor enige jaren uitstellen als er onvoldoende regen valt. De boom bestaat meer dan twintig miljoen jaar en is dus zelfs ouder dan de mensheid. Vroeger kwam hij voor in het gehele Middellandse Zeegebied, maar nu groeit hij nog slechts in het Zuidwesten van Marokko.

Ik begrijp uit uw woorden dat het experiment om de boom op grote schaal
in Israel te introduceren is mislukt ?


Ja, de bomen kwamen wel op, maar droegen geen vrucht. Experts vermoeden dat de boom uitsluitend onder extreme temperatuurswisselingen met gloeiendhete zomers en koude winters kan gedijen.

In de hoge Atlas zijn de bomen eigendom van de staat. Dorpsbewoners hebben overerfbare rechten op het vruchtgebruik. Is het dan wel zo dat de bomen voor de Berbers heilig zijn?

Er zijn veel stammen waarbij de Arganboom inderdaad heilig is. Een belangrijk verdrag, waar het bijvoorbeeld oorlog of vrede betreft moet onder een Arganboom getekend worden. Men is ervan overtuigd dat slechts dan de overeenkomst zal duren. Het gevoel van verbondenheid met de bomen is bij de Berbers zeer sterk. Iedere familie weet precies waar hun eigen bomen staan en zal deze ook beschermen. Bijvoorbeeld door bij het oogsten uitsluitend die vruchten te verzamelen die op de grond zijn gevallen.

Hoezo is dat een bescherming voor de bomen?

De Arganboom heeft scherpe doornen waardoor de vruchten niet geplukt kunnen worden. Wanneer je nu aan de boom zou schudden om de vruchten te oogsten beschadig je daarmee het vruchtbeginsel omdat de boom tegelijkertijd bloemen en vruchten draagt.
Een bijzondere eigenschap die de boom gemeen heeft met het citrus-geslacht. In het volgende seizoen zou de boom dan geen vruchten geven. Daarom worden meestal geiten de bomen ingestuurd die door hun geritsel wel de vruchten laten vallen maar niet de bloemen beschadigen.

Anders dan bij olijfolie worden de zaden van de Arganboom niet direkt na de oogst geperst. De Berbervrouwen maken de olie altijd vers wanneer er behoefte aan is. Hoe ontstaat Arganolie?

De vruchten worden eerst in de zon gedroogd en de pitten daarna ontdaan van hun vruchtvlees. In deze toestand zijn de keiharde kernen tot wel vijf jaar houdbaar. Als er behoefte is aan Arganolie worden de pitten door de Berbervrouwen tussen stenen opengebroken. Per pit zitten daar tot drie zaden in. Zoveel zaden als nodig worden op houtskoolvuur licht geroosterd en in een stenen vijzel tot een soort deeg vermalen. Daarna wordt onder toevoeging van wat gekookt bronwater net zolang gekneed totdat de olie zich losmaakt van de vaste stof. Voor een liter olie is een vrouw twaalf uur bezig.

Dat klinkt nogal omslachtig. Waarom worden de zaden niet machinaal geperst,
dat zou veel sneller gaan en minder kostbaar zijn.


Aan de ene kant blijven door de handpersing de waardevolle, geneeskrachtige stoffen beter behouden omdat bij industriele persing de zaden langer van te voren van de pit worden ontdaan en er zodoende oxidatie gaat optreden. Ook worden bij de handpersing de bittere vliesjes van de zaden verwijderd en kan men veel beter de kwaliteit van de zaden in de gaten houden. Aan de andere kant is er het sociale aspect. Wanneer de vrouwen de vruchten als grondstof aan de industrie leveren krijgen ze een spotprijs en moeten vaak lang op hun geld wachten omdat de betalingsmoraal van de opkopers te wensen overlaat. Wanneer het voor de plattelandsbevolking niet mogelijk is om een menswaardig bestaan op te bouwen trekken de mannen, maar ook steeds vaker de jonge vrouwen naar de stad op zoek naar werk. Ze vinden daar vooral slecht betaalde banen waardoor de sociale structuur, zowel in de steden als op het platteland sterk verslechtert. Door de trek naar de grote stad verarmt een groot deel van de bevolking op economisch en cultureel gebied. De vrouwencooperaties dragen er bijvoorbeeld ook sterk aan bij dat geld voor de noodzakelijke infrastructuur naar de landelijke regio's vloeit waardoor de dorpscultuur levendig blijft.

Dat klinkt een beetje als 'David tegen Goliath'. Hoe kunnen deze vrouwencooperaties
dat voor elkaar krijgen?


De moeilijkste periode hebben we achter de rug. Na een goede start in de negentiger jaren ervaarden we in 2004 een ware krachtmeting waarbij we door een haperende afzet aan de rand van de afgrond stonden. Pijnlijk duidelijk werd toen dat we zonder efficiente en professionele marketing geen kans van slagen zouden hebben. De samenwerking met Argand'Or die we in 2004 zijn aangegaan, bijgestaan door de 'Fondation Mohamed V', een stichting van het Marokkaanse koningshuis, zorgde voor de ommekeer. Argand'Or nam wereldwijd de marketing en verkoop van onze Arganolie van ons over en sindsdien stijgt de afzet gelukkig met sprongen. Onder de koepel vanUCFA hebben zich 23 coopera- ties aangesloten en nog dit jaar zullen meerdere cooperaties toetreden. Samen zal het ons lukken!


UCFA Keurmerk voor traditionele handpersing.

bovenzijde pagina         terug naar de website